Cryptobot
Voorspelt de koers en handelt ermee, met nepgeld. De computer controleert zelf elke minuut of hij gelijk had. Goede én slechte resultaten laten we zien.
🏆 Live kampioen uit het toernooi–Welke manier werkt het best?
De vier disciplines van de analysepagina, elk met €1.000 nepgeld per munt: de scalper (minuten), de daytrader (uren), de swingtrader (dagen tot weken) en de investeerder (maanden, alleen kopen, in delen). Daarnaast drie varianten van de daytrader om grof tegen fijn te testen. Klik op een regel om die in de tabel hieronder te bekijken. Plus "kopen en vasthouden" als eerlijke tegenstander: de software is pas slim als hij dat verslaat. "Samen waard" en "Winst" tellen de trades die nog open staan mee, tegen de prijs van nu. Daarom kan er winst of verlies staan terwijl er nog geen trade is afgesloten.
| Discipline | Volgt de trend van | Bijzonder |
|---|---|---|
| Scalper | 5 minuten | Alleen de 10 grootste munten, alleen bij 58%+ zekerheid. |
| Daytrader | 15 minuten | Alleen bij 58%+ zekerheid en munten met veel handel. Ruime noodstop, uit als het beeld omdraait of na 4 uur. |
| Swingtrader | 1 dag | Alleen bij 58%+ zekerheid, ruime stop. |
| Trendvolger | de dagkoers zelf | Uit de klassieke tradingboeken: kopen bij een uitbraak boven het hoogste punt van 20 dagen (boven het 200-daags gemiddelde), verkopen onder het laagste punt van 10 dagen. Geen voorspellingsmodel, weinig trades. |
| Investeerder | 1 week | Alle munten. Alleen kopen, in drie delen, en pas verkopen als de weekvoorspelling duidelijk omdraait. |
Resultaten naast elkaar
Waar gaat het geld heen?
Het resultaat, uit elkaar gehaald: wat verdiende of verloor hij aan de koers zelf, en wat ging er op aan handelskosten, slippage, rente en liquidaties? Alles in euro's, bij de gekozen discipline en leverage.
Opbouw van het resultaat
Per trade
Waarom hij uitstapte
Dezelfde trades, andere kosten
Wat dezelfde trades hadden opgeleverd met de kosten van verschillende platforms. Alleen afgesloten trades. Bitvavo heeft geen leverage: kijk daar bij 1×.
Strategieën uit de literatuur (dagkoersen, long en short)
Vier strategieën met de sterkste onderbouwing uit onderzoek, op de 100 grootste munten, met inzet naar beweeglijkheid. De software stemt ze eens per week zelf af, en leert daarbij van de aandelenbot. Zie ook de aandelen-tradingbot.
Laboratorium: zo verbetert hij zichzelf
- De daytrader is de kampioen. Zijn instellingen zijn het beste wat tot nu toe bewezen is.
- Er lopen altijd 4 experimenten naast hem, op de 100 grootste munten, met nepgeld. Elk experiment verandert 1 of 2 dingen: sneller of later instappen, een andere termijn volgen, eisen dat een andere termijn dezelfde kant op wijst (combinatie), de stop ruimer of krapper, of later omdraaien.
- Eerlijk vergelijken. Na minstens 3 uur en 40 trades vergelijkt hij elk experiment met de kampioen: op dezelfde munten, in dezelfde tijd, na kosten. En elk uur speelt hij daarnaast een reeks strategieën af op de gelogde prijzen van de afgelopen 24 uur: de snelle proef.
- Beter? Dan wordt het de nieuwe kampioen. De daytrader neemt zijn instellingen over. Duidelijk slechter na 100 trades, of na 3 dagen geen verschil: het experiment stopt.
- Nieuw experiment. Een gestopt experiment wordt vervangen door een nieuw, afgeleid van de kampioen van dat moment. Zo zoekt hij steeds verder, en blijft alleen wat bewezen beter werkt.
Snelle proef: elk uur, op de logboeken van de afgelopen 24 uur
Hij bewaart elke minuut de prijzen en elke voorspelling. Elk uur speelt hij daarmee in een paar seconden een reeks strategieën opnieuw af, alsof hij ze de hele dag gebruikt had. Zo hoeft hij niet dagen te wachten om te zien wat beter werkt. Is er één duidelijk beter (minstens 100 trades), dan schuift de daytrader die kant op. De live experimenten hieronder blijven als controle draaien.
Live experimenten, nu bezig
Eerdere experimenten
Kloppen onze niveaus?
Elke voorspelling heeft een richting, een plafond en een bodem, net als op de analysepagina. Hier zie je hoe vaak die klopten, los van hoe de trades gingen. Toeval is 50%.
Per munt: Daytrader
Hodl is wat €1.000 nu waard was als je bij de start van de simulatie gewoon die munt had gekocht en vastgehouden, zonder leverage en na de kosten van Bitvavo. Beter dan hodl? laat zien of de software dat verslaat: groen is beter, rood is slechter.
Zeker is hoe zeker de software is over de richting (50% is twijfel). Verwacht is hoeveel de prijs volgens hem beweegt in het komende uur. Bij de open winst staat tussen haakjes het procent van de inzet.
Kosten zitten er al in, en ze zijn hoger met leverage. Hij betaalt kosten over de hele positie, dus niet over zijn inzet. Bij €1.000 en 10× leverage is de positie €10.000. Per kant (instappen en weer verkopen) betaalt hij dan:
- Handelskosten: 0,05% van de positie. Bij 10× is dat €5 per kant, samen €10: 1% van je inzet per trade.
- Slippage: je krijgt bij kopen en verkopen net een slechtere prijs dan de koers. Grote munten 0,02%, kleine munten tot 0,3% per kant, afhankelijk van hoeveel er gehandeld wordt.
- Rente voor lenen (funding): 0,01% van de positie per 8 uur dat de trade openstaat.
- Liquidatie: gaat het te ver mis, dan is de hele inzet weg.
Alles is al van de bedragen afgehaald, ook van de open winst. "Kopen en vasthouden" rekent met de kosten van gewoon kopen op Bitvavo (0,25% per kant), zonder leverage.
Elke munt heeft een eigen portemonnee die start met €1.000 nepgeld. De software zet steeds zijn hele saldo in, keer de gekozen leverage. Winst gaat de portemonnee in, verlies eruit. Hij blijft in een trade zolang het goed gaat: de stop loopt mee. Is alles op, dan krijgt hij opnieuw €1.000 en dat tellen we.
Zo handelt de software, stap voor stap
Dit gebeurt voor elke munt, elke minuut, vanzelf
- Vier disciplines, net als op de analysepagina
Voor elke munt handelen vier aparte portemonnees, elk op hun eigen tempo: de scalper kijkt naar de voorspelling van 5 minuten (alleen de 10 grootste munten), de daytrader naar die van 15 minuten, de swingtrader naar die van 1 dag, en de investeerder naar die van 1 week: hij koopt alleen, in drie delen, en verkoopt pas als de weekvoorspelling duidelijk omdraait.
- Beslissen: long of short?
Per discipline kijkt hij naar de koers van de afgelopen tijd: RSI, trend, momentum, volume, en waar de vloer en het plafond liggen. En naar de rest van de wereld: de beurs (Nasdaq, angstindex), goud, de dollar, angst en hebzucht in crypto, en het geld in de bitcoin-ETF's. Per munt leert hij zelf welke van die signalen er echt toe doen. Daaruit volgt een voorspelling: omhoog (long) of omlaag (short), hoe zeker hij is, en hoeveel de prijs volgens hem beweegt.
- De beslisboom: is het de moeite waard?
Voordat hij iets doet, loopt hij een paar vragen af. Zegt één vraag nee, dan doet hij niets:
- Zeker genoeg? Onder 55% is het een gok.
- Winst na kosten? De verwachte beweging moet duidelijk groter zijn dan wat in- en uitstappen kost.
- Wat doet bitcoin? Gaat bitcoin sterk de andere kant op, dan niet: kleinere munten volgen bitcoin meestal.
- Wat doet de beurs? Zakken de Nasdaq-futures hard terwijl hij long wil, dan niet. Is de angstindex (VIX) hoog, dan zet hij maar de helft in.
- Goud en ETF-geld: schiet goud omhoog terwijl de beurs zakt, of gaat er veel geld uit de bitcoin-ETF's, dan zet hij bij een long maar de helft in.
- Nieuws op de agenda? Rond het rentebesluit van de Amerikaanse centrale bank en de banencijfers stapt hij niet in.
- Schrikfilter: beweegt de munt of bitcoin ineens veel harder dan normaal, dan is er waarschijnlijk nieuws. Dan wacht hij af, en zet hij bij een open trade de stop dichterbij.
- Weekend of nacht: minder handel, dus de helft inzetten.
- Angst of hebzucht? Een stemming van hebzucht geeft wind mee voor longs, angst voor shorts. Maar bij extreme hebzucht (75 of meer) of extreme angst (25 of minder) zet hij maar de helft in, want dan kan het ineens hard omslaan.
- Zijn de tijdframes het eens? Bij de grote munten: wijzen 15 minuten en 1 dag allebei de andere kant op, dan niet.
- Hoeveel inzetten? Heel zeker: de hele portemonnee. Minder zeker of onrustig: de helft.
Bij elke munt zie je welke stappen ja en nee zeiden.
- Wachten op een goede instap
Hij koopt niet meteen. Bij long wacht hij tot de prijs even terugzakt, bij short tot hij even oploopt. Zo stapt hij goedkoper in en staat zijn stop verder weg.
- Elke minuut opnieuw kijken
Zolang hij wacht, kijkt hij elke minuut naar de prijs:
- Dip voorbij? Is de prijs even teruggezakt en gaat hij 2 minuten weer de goede kant op, dan stapt hij meteen in.
- Instapprijs geraakt? Dan stapt hij in op die prijs.
- Prijs loopt weg? Dan schuift hij zijn instap mee. Na 2 keer stapt hij direct in, behalve als de verwachte beweging al voorbij is. Dan slaat hij de trade over, zodat hij niet aan de top koopt.
- Na een uur niets? Dan vervalt de instap. Niets doen kost geen geld.
- Instappen
Hij zet zijn saldo in (alles of de helft, zie de beslisboom), keer de gekozen leverage. Bij 5× en €1.000 speelt hij dus met €5.000. Datum, tijd en prijs worden vastgelegd.
- Erin blijven zolang het goed gaat
Hij heeft geen vast doel. Zijn stop loopt mee: stijgt de prijs bij een long, dan schuift de stop mee omhoog, zodat winst vastligt. Bij short andersom.
- Uitstappen
Hij verkoopt als de meelopende stop geraakt wordt, of als een nieuwe voorspelling duidelijk de andere kant op wijst. Dan draait hij om. Bij hoge leverage kan hij eerder geliquideerd worden: dan is zijn inzet weg.
- Afrekenen
Winst gaat de portemonnee in, verlies eruit, na aftrek van kosten: 0,05% bij instappen, 0,05% bij uitstappen, en rente voor lenen. De trade komt als één regel in het logboek: instap, verkoop, winst of verlies en saldo daarna. Is alles op, dan krijgt hij opnieuw €1.000 en dat tellen we.
- Doorlopend leren
Elke minuut neemt hij een paar munten onder de loep, zodat elke munt ongeveer eens per uur aan de beurt is. Hij kijkt wat goed ging en wat fout: welke signalen klopten en hoe lang wachten op de instap het beste werkte. Na elke 30 nieuwe metingen mag hij bijstellen, maar alleen als het getest beter werkt, en telkens maar een klein stapje. Zo kalibreert hij rustig maar gestaag.
Ook "zeker" wordt bijgesteld: zei hij vroeger "60% zeker" en klopte het in werkelijkheid maar 50 van de 100 keer, dan rekent hij nu met 50%. Zo betekent zeker ook echt zeker. En eens per 6 uur kijkt hij welke variant van de daytrader het beter deed, en schuift hij de daytrader een stapje die kant op.
Hij leert drie dingen: welke signalen ertoe doen (per munt en termijn), hoe ver de stop moet staan (per munt en discipline), en welke regels van de beslisboom helpen. Houdt een regel vooral goede trades tegen, dan zet hij hem zelf uit; blijkt hij wel te helpen, dan weer aan. Alles wat hij aanpast, staat met de reden bij "Open model".
Positie
Alle trades
Voorspelling per termijn
Long = omhoog, short = omlaag. Twijfel = minder dan 55% zeker, dus eigenlijk een gok. Verwacht is hoeveel de prijs volgens ons beweegt tot het level. Het "klopte"-percentage tonen we pas vanaf 30 afgeronde voorspellingen, want daarvoor zegt het niets. De daytrader gebruikt de voorspelling van 15 minuten, de swingtrader die van 1 dag en de investeerder die van 1 week.
Score per termijn
Hoe vaak klopte de richting?
Alle eerdere voorspellingen
Per termijn, met goed of fout
Open model
Welke instellingen gebruikt hij, en wat heeft hij zelf aangepast?
Een groene balk betekent: wijst dit signaal omhoog, dan gaat de voorspelling meer richting omhoog. Een rode balk: het omgekeerde. Hoe langer, hoe zwaarder het telt.
Wat heeft hij aangepast?
Archief en export
Alles wordt blijvend bewaard: elke voorspelling, elke beslissing en elke trade. Download het om zelf te bekijken in Excel, of gebruik het verbeterrapport om te zien wat werkt en wat niet: welke regels te streng zijn, welke munten verliezen, op welke uren het misgaat, en of "70% zeker" ook echt 70 van de 100 keer klopt.
Tip: stuur het verbeterrapport naar een AI-assistent of een analist met de vraag "wat moet ik aanpassen?". Het bevat per regel van de beslisboom hoe vaak hij er terecht of onterecht door oversloeg.
Zo werkt het, in gewone taal
Wat is dit?
De software raadt of de prijs omhoog of omlaag gaat, van 1 minuut tot 1 week vooruit. Met die voorspellingen handelt hij, per discipline, met een portemonnee nepgeld per munt. De computer houdt alles zelf bij.
Is dit echt geld?
Nee. Het is een spel met nepgeld. Elke munt heeft een portemonnee die start met €1.000. Winst gaat erin, verlies eruit, net als in het echt. Is alles op, dan krijgt hij opnieuw €1.000 en dat tellen we.
Waarom wacht hij?
Denkt hij dat het omhoog gaat, dan koopt hij niet meteen, maar wacht hij tot de prijs even terugzakt. Zo koopt hij goedkoper en staat zijn stop verder weg. Elke minuut kijkt hij of er een betere instap is: zakt de prijs even terug en draait hij weer zijn kant op, dan stapt hij meteen in. Loopt de prijs weg zonder terug te zakken, dan schuift hij zijn instap mee, en na twee keer stapt hij direct in. Is de verwachte beweging dan al voorbij, dan doet hij niets. Niets doen kost geen geld.
Wanneer stapt hij uit?
Hij blijft in een trade zolang het goed gaat. Zijn stop loopt mee: stijgt de prijs bij een long, dan schuift de stop omhoog, zodat winst vastligt. Hij stapt uit als die stop geraakt wordt, of als de voorspelling duidelijk omdraait. Met veel leverage kan hij geliquideerd worden voordat de stop geraakt wordt: dan is zijn inzet weg.
Wat is leverage?
Leverage is geld lenen om groter te spelen. Bij 5× speel je met €5.000 in plaats van €1.000. Win je 1%, dan krijg je 5%. Verlies je 1%, dan ben je 5% kwijt.
Long en short?
Long: we denken dat het omhoog gaat en verdienen als de prijs stijgt. Short: we denken dat het omlaag gaat en verdienen als de prijs daalt.
Kosten?
Elke trade kost geld bij in- en uitstappen (0,05% van de positie), en lenen voor leverage kost rente. Dat is allemaal al van de winst afgehaald. Bij kleine bewegingen eten de kosten de winst op.
Leert hij bij?
Ja, per munt apart. Elke nacht kijkt hij wat goed ging. Hij verandert pas iets als hij eerst getest heeft dat het beter werkt, en maar een klein beetje per nacht. Gaat het slechter, dan zet hij zichzelf terug. Alles staat bij "Open model".